Interview met Ilse Geijzendorffer

Ilse Geijzendorffer is sinds 1 januari 2021 werkzaam als directeur-bestuurder bij het Louis Bolk Instituut. Met haar passie voor de relatie tussen natuur en het welzijn van de mens, bijvoorbeeld via ecosysteemdiensten, en een trackrecord als project- en teamleider van nationale en internationale projecten heeft ze het juiste profiel om het instituut te leiden. Hoogste tijd om nader kennis te maken.

"Het bijzondere is dat ik het Louis Bolk Instituut al lang ken", begint Ilse te vertellen. "Als 23-jarige student wiskundig biologe heb ik een half jaar stage gelopen toen het instituut nog in Driebergen zat en toen al vielen mij de passie en honger naar kwalitatief hoogstaand onderzoek op bij de medewerkers. In die periode heb ik geleerd écht wetenschappelijk te schrijven en de kritische blik te ontwikkelen die je als onderzoeker broodnodig hebt, zelfs als het onderwerp je na aan het hart ligt. En dat je je stagiaire niet moet onderschatten," voegt ze lachend toe, "dat zou zomaar eens je toekomstige directeur kunnen zijn!"

Wat is je huidige indruk van de organisatie?

"Ik vind het prachtig om te zien dat die gepassioneerde werkhouding, die gretigheid om te werken aan duurzame landbouw, voeding en gezondheid en daar toch kritische vragen over te blijven stellen, nog steeds bestaat. Dat is toch echt wel de ziel van het instituut. Ook zie ik dat de bedrijfsprocessen en de wijze waarop onderzoek georganiseerd is, flink geprofessionaliseerd zijn onder leiding van mijn voorganger Jan-Willem Erisman en operationeel directeur Klaas Berkhof. En dat is goed: daardoor is de organisatie robuuster geworden en is de impact van het LBI in de buitenwereld toegenomen."

Impact?

"Wat ik van buitenaf van het Bolk gezien heb, is dat het in staat is om een alternatieve stem te laten horen in het hele debat over verduurzaming. Het Bolk heeft een innovatieve participatieve invalshoek en verschaft daardoor inzichten die je niet snel elders zult horen. Complementaire wetenschappelijke inzichten die hard nodig zijn om de duurzame transitie van naar een duurzame maatschappij mogelijk te maken. Daarmee blijken we een belangrijke inspirator voor nieuw beleid te zijn en, anders dan anderen, werken wij rechtstreeks met professionals uit de agrarische sector en de zorg aan verduurzaming. En dat zorgt voor impact.

Wat zie je als je taak als het gaat om het neerzetten van het Louis Bolk Instituut?

"Volgens mij is het heel belangrijk dat we het 'erfgoed' van het Bolk bestendigen en herkenbaar uitdragen. Dat betekent bijvoorbeeld dat we nieuwe medewerkers, en dat zijn er nogal wat de laatste tijd, begeleiden in het toepassen van integraal denken en wat het betekent dat landbouw, voeding en gezondheid met elkaar samenhangen. Dat betekent ook dat in de buitenwereld onze inzichten het verschil kunnen maken en wij van ons mogen laten horen."

"We hebben het tij mee: inmiddels ziet praktisch iedereen het belang van duurzaamheid in! "

Je hebt geruime tijd gewerkt bij het Zuid-Franse onderzoeksinstituut Tour du Valat. Waar was je echt trots op?

"Leuk om te vertellen is dat dit instituut indertijd opgezet is door Luc Hoffmann, mede-oprichter van het WNF. Het instituut staat midden in de Camargue, een oude rivierdelta waar het samenspel van landbouw en natuur zó bijzonder is dat het een UNESCO-status heeft gekregen. Ik was daar teamleider van een internationaal biodiversiteitsmonitorings-programma met onder andere projecten over ecosysteemdiensten. Ondanks dat er soms natuurlijk wrijving is tussen de natuur en de landbouw (zo zijn flamingo's beducht om hun potentieel destructieve impact op pas ingezaaide rijstvelden), zijn inwoners trots op het gebied. Die trots zorgt ervoor dat ze toch weer rond de tafel gaan om eruit te komen. Als je dan als onderzoeker met data kan bijdragen aan inzichten en de samenhang tussen de verschillende elementen kunt laten zien, dan draag je bij aan het creëren van draagvlak voor een duurzame toekomst. Want dat duurzaamheid belangrijk is, ziet inmiddels prak-tisch iedereen wel in.

Waarop ga je je als directeur in deze eerste fase vooral richten?

"Ondanks dat de corona fysieke aanwezigheid op het kantoor bemoeilijkt, krijg ik een virtueel warm onthaal van de collega's, waar ik er zelfs nog een paar van vroeger ken. We kijken er allemaal erg naar uit om elkaar fysiek te kunnen treffen, samen op pad te kunnen te gaan "de boer op" en ook om bij te kunnen praten aan de koffietafel. Wat dat betreft eist corona ook bij ons zijn tol, want geïsoleerd werken doet uiteindelijk niemand goed, denk ik. En zodra het weer kan, zal ik mijn gezicht ook laten zien bij allerlei partner- en beleidsorganisaties. Dat gezamenlijk optrekken, elkaar inspireren is cruciaal. Daarnaast moeten we ons als organisatie blijven innoveren en dus goed onze eigen koers bepalen: dat is noodzakelijk om onze positie en slagkracht te versterken. Genoeg te doen dus, en ik heb er enorm veel zin in!"

Dr. Ir. Ilse Geijzendorffer is 41 jaar en woont met haar zoontje in Bennekom.