Kan akkerbouw zonder stikstof?

Weet je nog, die uitspraak op 29 mei 2019 van de Raad van State over het Programma Aanpak Stikstof? Voor diegene die een beetje hadden opgelet geen verrassing, maar voor tal van anderen wel, en dat waren er helaas veel. Sindsdien staat stikstof ook in de akkerbouw hoog op de agenda. En oplossingen zijn welkom. ‘Stikstof Telen’ in een Kollumerwaardse akker is zo een initiatief. De Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw (SPNA) is hiermee al gestart in 2011. Landbouwonderzoeker Geert-Jan van der Burgt vertelt er graag over.

Dit artikel is eerder verschenen op Nederland Voedselland 
 

Toen op Universiteit Wageningen (WUR) de eerste colleges over biologische landbouw werden gegeven, zat Van der Burgt al vooraan in de collegebanken. Sindsdien is zo ongeveer zijn hele carrière daarop gestoeld. ‘Destijds heette het zelfs nog alternatieve landbouw’, zegt hij lachend, want het was destijds een redelijk exotische activiteit.

Na een aantal jaren onderzoek bij verschillende instanties werkt hij nu als zelfstandige voor onder andere het Louis Bolk instituut en de Stichting Proefboerderijen Noordelijke Akkerbouw (SPNA). De stichting doet onderzoek naar meststoffen en stikstof kringlopen in de akkerbouw. ‘Ik begon vrij breed met mijn kennis, maar na lang genoeg onderzoek doen kan het zo zijn dat je ineens als deskundige gezien wordt – in mijn geval op het gebied van bodemkoolstof en bodemstikstof.’

Akkerbouw – maar dan zónder mest

Dat is wat Van der Burgt tien jaar geleden voor het eerst uitprobeerde. In principe mag tot 30% van de mest in de biologische landbouw van gangbare veehouderij afkomstig zijn. In 2011 kwam er in Noord-Nederland een groep boeren bijeen die zich hieraan ergerden. ‘Veel boeren vonden dat eigenlijk maar niks’, herinnert Van der Burgt zich. ‘Puur uit eigen ambitie, uit eigen gedrevenheid en nieuwsgierigheid, zijn we zo in gesprek geraakt over hoe je het zou aanpakken als je helemaal je geen stikstof van buiten het bedrijf toevoegt aan de bodem. “Dat moet toch kunnen?” En kwam de vraag op tafel: hoe lang houden we het vol, als we helemaal geen mest meer gebruiken?’

Eigen stikstofwinning

Met een groep van 8 tot 10 boeren als klankbordgroep probeerde Van den Burgt dat uit, op een proefveld in Noord-Nederland. Met veel onzekerheid, want het gebrek aan toegevoegde voedingsstoffen in de bodem zou niet houdbaar moeten zijn. ‘Geen idee hoe ver we ermee zouden komen. Niet zozeer vanwege de stikstof, maar vanwege bodemvruchtbaarheid. Misschien stort dat hele bodem biologische systeem binnen 2-3 jaar wel in.’ Inmiddels teelt Van der Burgt al negen jaar op het proefveld. ‘Er is inmiddels dan ook geen reden meer om te denken dat het nog gaat instorten.’

Populair?

Ondanks de relevantie van Van der Burgt’s onderzoek, is mestvrij telen allesbehalve populair. Nu de proef met mest- en stikstofvrij telen is afgerond, wordt er op het proefveld geëxperimenteerd met maaimest uit klavers en luzerne. Boeren kunnen delen van hun land gebruiken om die gewassen te telen, en in de resulterende “maaimeststof” zit een hoop stikstof, wat belangrijk is voor de voeding van gewassen. ‘Hoe kom je erbij om deze gewassen, die prachtig veevoer vormen, níét in je koe te stoppen? Dat is de gedachte’, legt Van der Burgt uit. Dierlijke mest expliciet afwijzen is in de landbouw echter vrijwel ongehoord. 

‘Maar de stikstofefficiëntie neemt flink af als je het in de koe stopt – er zal dan altijd stikstof verloren gaan in die keten. En we weten door onze eerdere proef dat mest strikt gezien niet nodig is.'

Beweging op Biologisch

De resultaten van Van der Burgt’s onderzoeken lijken een gouden combinatie te bieden: efficiënt met stikstof omgaan en meer biologische teelt. Op beide uitkomsten staat in Nederland veel druk, zeker nu de doelstelling vanuit de EU is om 25% biologische landbouwactiviteiten te hebben in 2030. Desondanks blijft grote belangstelling voor Van der Burgt’s werk in de sector uit. ‘Naast enige wetenschappelijke interesse en her en der een geïnteresseerde koploper zoals Agrifirm, is het oorverdovend stil.’ Eén van de redenen is het gebrek aan aandacht vanuit de markt. Van der Burgt verklaart dat de methodes waarmee hij experimenteert een stuk inefficiënter zijn dan in de gangbare teelt. ‘Boeren willen daar wel in meegaan, maar ze willen ook normaal kunnen blijven verdienen. In de landbouw loopt elke discussie na vijf minuten stuk op verdienmodellen’, vertelt Van der Burgt. “Ook nu komen er wel afspraken uit de biologische sector om naar 0% gangbare mest te gaan, maar dan zonder einddatum en onder de voorwaarde dat het haalbaar en betaalbaar moet blijven. 

Voortgang versnellen

Zijn scepsis over de voortgang van de sector is niet ongefundeerd. Op slechts 3,8% van het Nederlandse landbouwareaal wordt biologisch geboerd, en hoewel het aandeel groeit, zitten we in het huidige tempo in 2030 op slechts 9% – zestien procentpunten minder dan het EU-doel. Hoe kan het dan wel sneller gaan? 

‘Met de kleine groep bewuste consumenten gaan we het helaas niet redden. Betere regelgeving is hard nodig, die maakt dat biologisch telen loont. En zo’n signaal kan alleen maar vanuit Den Haag komen’, stelt Van der Burgt. Hoe dat eruitziet? Daar heeft hij wel ideeën over, maar dat kan onze onderzoeker helaas nog niet verklappen. Gesterkt door de resultaten van zijn onderzoek hoopt hij gehoor te vinden bij de juiste beslissers. ‘We zoeken nog naar het juiste moment om ermee naar buiten te treden. Jullie zullen nog even moeten wachten op het toetje!’

Meer informatie

Maaimeststoffen: innovatief antwoord op mestwetgeving over het project Planty Organic; met diverse publicaties, waaronder 'Evaluatie Planty Organic 2012-2020: Plantaardige bemesting'.
Over Geert-Jan van der Burgt op de website van het Louis Bolk Instituut