Op weg naar een New Deal: Een verkenning voor een rijk boerenland

In de New Deal is verkend hoe de landbouw in 2050 landschapsinclusief kan zijn. Hoe bereiken we een landbouw die boeren bestaanszekerheid verschaft in een aantrekkelijk en gezond landschap met hoge cultuurhistorische waarden en een herstelde biodiversiteit? In drie pilots onderzochten we deze ‘landschapsinclusieve’ landbouw. 2050 is nog ver weg en geen van ons weet hoe de wereld er dan uit zal zien. Het geschetste perspectief is dan ook geen blauwdruk of plan, maar een gezamenlijke verkenning waarbij er naar oplossingen werd gezocht voor de opgaven waarvoor boeren en de regio, de komende decennia komen te staan. 
 

Landschapsinclusieve landbouw

Landschapsinclusieve landbouw gaat verder dan de vaak gebruikte term “natuurinclusieve landbouw”. Natuur, infrastructuur en landbouw maken allemaal onderdeel uitmaken van het landschap. Gesteld is dat het landschap de afgelopen jaren drastisch is veranderd, voornamelijk achteruit is gegaan in diversiteit. De landbouw is de sector die het grootste gedeelte van het land “gebruikt”, wat de sector in potentie belangrijk maakt om het boerenland “rijker” te maken.

Drie pilot gebieden

Koppel koeien van het oud-Nederlandse ras Groninger Blaarkop in een perceel kruidenrijkgrasland, diversiteit in ras en gewas (foto: Zwanet Faber)
  Koppel koeien van het oud-Nederlandse ras Groninger Blaarkop
  in een perceel kruidenrijkgrasland, diversiteit in ras en gewas.
  (foto: Zwanet Faber)

Nederland is een zeer divers land waarbij in verschillende regio’s, vaak met verschillende grondsoorten, eigenheid is ontstaan in het landgebruik en type bedrijven. Deze eigenheid is vaak niet gemakkelijk te vergelijken met andere regio’s. Om een beeld te kunnen schetsen van hoe landschapsinclusieve landbouw eruit kan zien in verschillende regio’s, is er gekozen om een perspectief uit te werken voor de regio’s De Marne (klei), de Krimpenerwaard (veen) en Salland (zand). 

Samenwerking

In opdracht van het College van Rijksadviseurs is met boeren uit de regio’s, met diverse partners als Kenniscentrum Landschap, landschapsarchitecten (Flux, NOHNIK en VPxDG) en Acacia Water, en met het Louis Bolk Instituut nauw samengewerkt om een aantrekkelijk landschap te schetsen mét toekomst voor de landbouw voor de drie regio’s. Er is een perspectief voor 2050 gemaakt met een stappenplan. Ook is er een economische verkenning gedaan naar het verdienmodel van de boeren. Tot slot is er een advies opgenomen voor overheden om stappen te kunnen nemen in de transitie naar dit toekomstbeeld. De pilots waren in 2020 afgerond en zijn aangeboden aan Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Publicaties

: Strokenteelt kan een bijdrage leveren aan het reduceren van chemische gewasbeschermingsmiddelen en diversiteit leveren aan het landschap. (foto: Pieter Struyk)
  Strokenteelt kan een bijdrage leveren aan het reduceren van
  chemische gewasbeschermingsmiddelen en diversiteit leveren
  aan het landschap. (foto: Pieter Struyk)

Op weg naar een New Deal tussen boer en maatschappij: De Marne
Op weg naar een New Deal tussen boer en maatschappij: Krimpenerwaard
Op weg naar een New Deal tussen boer en maatschappij: Salland
Op weg naar een New Deal tussen boer en maatschappij: Advies en essays
De economie van de landbouw en de mogelijkheden voor regio’s om te verduurzamen

Meer informatie

'Rijk boerenland' projectpagina op de website van het College van Rijksadviseurs.
De video 'Op weg naar een New Deal tussen boer en maatschappij' is op bovenstaande websitepagina te bekijken en als download beschikbaar

Contactpersonen voor de drie regionale pilots:

De Marne: Pieter Struyk, p.struyk@louisbolk.nl, 06-86815468
Krimpenerwaard: Jeroen Pijlman, j.pijlman@louisbolk.nl, 06-57372651
Salland: Evert Prins: e.prins@louisbolk.nl, 06-15255078