Dierenwelzijnprojecten

Het welzijn van een dier is goed als het zich actief aan zijn leefomstandigheden kan aanpassen én zich daardoor goed voelt. Of een dier zich goed voelt, kun je onder andere afleiden uit zijn gedrag. Dierenwelzijn kan op verschillende manieren gemeten worden: gedrag, fysiologie, verwondingen. Het Louis Bolk Instituut doet wetenschappelijk onderzoek om dierenwelzijn te bevorderen, test veelbelovende maatregelen, o.a. in demonstratieprojecten met boeren.

Passende Koe (en kip)

Welke koe functioneert het beste op een bedrijf dat zoveel mogelijk gras in het rantsoen toepast en waar ligt dat aan? We volgen gedrag, grasopname, opfok, productie en gezondheid van individuele koeien op melkveebedrijven in het veenweidengebied. We doen dit met sensoren en tweewekelijkse beoordelingen door de dierenarts, zowel tijdens het stal- als in het weideseizoen. Hiermee verzamelen we een schat aan informatie. Doel is te bepalen wat nodig is om het beste uit koeien te halen bij een dergelijke bedrijfsvoering. Deze werkwijze is ook toepasbaar voor andere bedrijfstypen, bijvoorbeeld bedrijven met een natuurinclusieve bedrijfsvoering, met een hoog grondwaterpeil of met bijzondere rassen. Of leghennen in biologische of vrije uitloopsystemen.

Lees hier meer informatie over de proeftuin Krimpenerwaard.

Duurmelken

Een tussenkalftijd van één jaar is in de melkveehouderij de gouden standaard. Nieuwe inzichten geven aan dat dat niet altijd nodig is om een goede productie te halen. ‘Duurmelken’ is het doelbewust later insemineren van koeien, zodat de tussenkalftijd opschuift van 365 naar bijvoorbeeld 450 dagen. Dit heeft voordelen voor de koeien en voor de hoeveelheid en aard van de arbeid voor de boer. Middels studiebijeenkomsten met boeren denken we na over hoe hier invulling aan te geven.

Lees hier meer informatie over duurmelken - Proeftuin Krimpenerwaard

FreeBirds: parasieten bij kippen in relatie tot uitloopgebruik

Een buitenuitloop wordt aangeboden omdat het bijdraagt aan dierenwelzijn. Maar van buiten lopende kippen wordt ook gedacht dat ze een grotere kans hebben op gezondheidsproblemen. Door te onderzoeken wat er daadwerkelijk aan de hand is, ontdekken we waar de risico’s liggen. In project ‘Freebirds’ blijkt dat de uitloop nauwelijks een rol speelt in de infectie met darmparasieten bij leghennen.

Jongveeopfok

Tijdens de opfok wordt de basis gelegd voor welzijn, gezondheid en productie tijdens het latere leven. Omgevingsverrijking, contact met soortgenoten of zelfs de (pleeg)moeder, al jong leren grazen, al dan niet onthoornen en de kwaliteit van de vroege voeding spelen hierbij een rol. Zowel op een proefboerderij als met individuele veehouders verkennen we mogelijkheden, uitdagingen, effecten en wat het beste past bij de veehouder. Naast lopende projecten met kalveren en koeien, hebben we ervaring met de opfok van leghennen, geiten en boklammeren.

Agroforestry: bomen voor buitenkippen en voederbomen

Agroforestry is het integreren van bomen en struiken met bijvoorbeeld veehouderij. Bomen lenen zich voor de inrichting van kippenuitlopen en als voedergewas voor herkauwers. We hebben verschillende demonstratieprojecten gedaan waarbij geitenhouders, melkveehouders of pluimveehouders bomen aanplantten. We hebben de inkuilmogelijkheden, voederwaarde en smakelijkheid van o.a. wilgentwijgen onderzocht. En de aanwezigheid van vogelgrieprisicovogels in kippenuitlopen in relatie tot de hoeveelheid bomen en struiken.

Welzijn en gezondheid van vrije uitloopkippen

Onze onderzoekers hebben onderzoek gedaan naar gedrag van kippen met buitenuitloop. Hieruit blijkt dat buiten lopende kippen minder afwijkend gedrag (verenpikken) laten zien en meer stofbaden en zonnebaden. Een neveneffect van vrije uitloop is predatie door roofvogels. Nadat we tevergeefs maatregelen uitgeprobeerd hebben, hebben we het probleem op verschillende manieren kwalitatief en kwantitatief beschreven: welke roofvogelsoort pakt welke kippen, hoeveel kippen verdwijnen er door roofvogels en wat is de schade voor de pluimveehouder? Op dit thema doen we afzonderlijke onderzoeken, die we integreren in een promotietraject bij de faculteit Diergeneeskunde.

Weidegang

Weidegang is veel meer dan de koeien ‘naar buiten doen’. Naar gelang de hoeveelheid en ligging van weiland ten opzichte van de stal, onderzoeken we verschillende soorten beweiding: kurzrasen, stripgrazen, (roterend) standweiden. We kijken naar het gedrag van de koeien, de grasopname, de melkproductie en soms vergelijken we verschillende rassen.

Natuurinclusieve landbouw en nieuwe gewassen

Natuurinclusieve landbouw kent een breed palet aan verschijningsvormen. We deden onderzoek naar het eetgedrag van geiten in een natuurterrein; hoe zorg je dat de geiten de ene boom- of struiksoort opeten en de andere laten staan? Een droogtetolerant gewas voor in grasland, dat bovendien leidt tot een lagere broeikasgasemissie, is smalle weegbree. Gewassen die passen bij een hogere grondwaterstand of bij een lagere bemesting dan traditioneel gras, zijn kruidenrijk grasland, lisdodde en mischanthus. Van deze ‘nieuwe’ gewassen of combinaties onderzoeken we de voederwaarde, smakelijkheid en de geschiktheid voor andere toepassingen in een duurzame veehouderij.

Lees hier meer informatie over ons onderzoek naar het bevorderen van dierenwelzijn.