Kringlopen van stikstof en koolstof

Op bedrijven vinden veel processen door elkaar plaats. Dat maakt sturen op voedingsstoffen zoals stikstof, fosfaat en kalium soms lastig. Ook vinden er vele interacties plaats, bijvoorbeeld tussen stikstof en koolstof. Processen kunnen op verschillende bodems ook verschillende verlopen. Om de samenhang te zien en processen te begrijpen zijn tools als computerprogramma’s onmisbaar instrumenten. Wij participeren in veel projecten gericht op het verduurzamen van het landgebruik waarbij de stikstof en/of koolstofcyclus in kaart moeten worden gebracht. Enkele voorbeelden:

Stikstofinstrument NDICEA

Het computerprogramma NDICEA is door het Louis Bolk Instituut voor de praktijk ontwikkeld om de stikstof- en organische stofhuishouding voor akker- en tuinbouwbedrijven overzichtelijk in kaart te brengen. Stikstof bepaalt in belangrijke mate de potentiële opbrengst. NDICEA berekent zowel de stikstofbehoefte per gewas als de hoeveelheid vrijgekomen en uitgespoelde stikstof uit de bodem als gevolg van afbraak van organische stof in de bodem. Als Louis Bolk Instituut werken we voortdurend aan de verdere ontwikkeling en toetsing van dit succesvolle instrument voor de duurzame landbouw. 

Koolstofinstrument

In een versie die in 2021 beschikbaar komt kan het NDICEA-model ook inzichtelijk maken hoe bedrijfsmanagement (bouwplan) en organische stof beheer samenhangen. Ook kan worden berekend hoeveel CO2 in de bodem kan worden vastgelegd met bodemmaatregelen. Dit is van belang voor de klimaatopgave maar ook voor het kwantificeren van carbon credits als vergoeding van partijen aan de boer voor het nemen van extra maatregelen voor het verhogen van de organische stof in de bodem.  

Koolstofbalansen bedrijven in kaart 

Binnen het project Slim Landgebruik zijn in verschillende regio’s Netwerken Akkerbouw actief. In deze Netwerken zijn gemiddeld vijftien akkerbouwbedrijven per regio aangesloten. Op deze bedrijven worden op percelen verschillende maatregelen genomen om extra koolstofvastlegging te realiseren. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de inzet van groenbemesters of (extra) compostgiften. Met behulp van de telers en de resultaten van bodemmetingen zijn vervolgens in NDICEA deze percelen gemodelleerd. Door de uitkomsten te bespreken in individuele terugkoppelingen met de telers en deze ook onderling te vergelijken in regiobijeenkomsten, verkrijgen we gezamenlijk meer inzicht in de mogelijkheden om meer koolstof vast te leggen onder de verschillende praktijkomstandigheden in de akkerbouwregio’s. Dit is een cruciale stap voor het behalen van de doelstellingen voor de vastlegging van koolstof in onze akkerbouwbodems.