Passende rassen voor boer, molenaar en bakker

Biologische akkerbouwers in Nederland hebben te kampen met baktarwerassen die matig presteren als het gaat om opbrengst en bakkwaliteit. Rassen van biologisch kwekers uit Europese landen kunnen wellicht een oplossing bieden. In het project Participatieve rassenvergelijking BIO baktarwe probeert een aantal Nederlandse boeren deze verschillende rassen uit. Het Louis Bolk Instituut onderzoekt welke soorten het meest kansrijk zijn voor de gehele ambachtelijke keten: boer, molenaar en ambachtelijke bakker. 

Zoektocht naar meer kwaliteit in biologische tarwe

Voor veel biologische boeren is tarwe een tussengewas, dat niet veel aandacht krijgt en wordt afgezet als veevoer. Boeren die bakwaardige zomertarwe willen produceren, blijken geregeld niet de juiste kwaliteit te kunnen leveren Ook de opbrengst per hectare is niet florissant. Daarnaast is de smaak van de tarwe, als die eenmaal tot biologisch brood gebakken is, te weinig onderscheidend. De bereidheid om er wat meer voor te betalen, is dus beperkt. Tot slot is het huidige aanbod biologische baktarwerassen voor de Nederlandse markt niet groot. Voldoende redenen dus voor het Louis Bolk Instituut om onderzoek te doen naar nieuwe, innovatieve en kwalitatief hoogstaande biologische tarwerassen en -populaties. 

Tien rassen op drie locaties

Samen met drie enthousiaste boeren zijn tien rassen ingezaaid op drie locaties: in Groningen, Didam en Rhoon. Vervolgens is de tarwe geoogst en verwerkt door ambachtelijk werkende molenaars en bakkers. Tijdens dit hele proces is gekeken naar verschillende factoren: bij de teelt is onderzocht in hoeverre de rassen te lijden hadden onder afrijpingsziekten zoals gele of bruine roest. Ook het onkruidonderdrukkend vermogen en de strolengte werden bepaald: een vol en snelstartend gewas zorgt immers voor minder onkruid op de bodem. De opbrengst en de bakkwaliteit volgens de industriële normen zijn geanalyseerd: Ook de ervaringen van de bakker zijn meegenomen. Uit al deze analyses is een duidelijke rangorde van de rassen voortgekomen. In een volgende fase van het project willen we het brood door ‘chefs’ en consumenten laten beoordelen.

Meerjarig internationaal traject

Het project is in 2021 gestart en uit de proeven van 2022 zijn al interessante resultaten voortgekomen. Zo scoorden een paar Duitse rassen naar verhouding goed en ook het Poolse ras Arabella presteerde prima. Deze nieuwe rassen zijn ter beschikking gekomen via het Europese project Liveseed dat een grotere diversiteit in rassen en gewassen voor de biologische sector tot doel heeft. De onderzoeksresultaten van de oogst van 2023 worden in het begin van 2024 verwacht. Het uitgangspunt voor het project is dat de ketenpartijen (boeren, molenaars, bakkers) effectief samenwerken aan de selectie van kansrijke rassen voor de biologische sector. In dergelijke participatieve veredeling heeft het Louis Bolk Instituut inmiddels veel ervaring en expertise opgebouwd. 

Winst op meerdere fronten

Met een groter assortiment biologische bakwaardige rassen die geschikt zijn voor Nederlandse teeltcondities werken we aan meer variatie en een grotere biodiversiteit, zowel op het land als op het bord van de consument. Daarnaast kunnen kleinschalige, ambachtelijke ketens voorzien in gezond, lekker en ambachtelijk geproduceerd biologisch brood van Nederlandse bodem. Met name consumenten die in zijn voor kwaliteitsbrood met een verhaal zullen dan bereid zijn daar wat extra’s voor te betalen.