Bodemleven in de toplaag

Springstaarten & mijten in landbouw- en natuurgrasland

Nick J.M. van Eekeren, Eelke Jongejans, Maaike van Agtmaal, Yuxi Guo, Merit van der Velden, Carmen Versteeg, Henk Siepel. 2021. Bodemleven in de toplaag: Springstaarten & mijten in landbouw- en natuurgrasland. 2021-021 LbD. Louis Bolk Instituut, Bunnik.
Aantal pagina's: 46
Soort document: Rapport
Download (pdf, 2.62 MB)
Taal van het document: Nederlands
Abstract / samenvatting in Nederlands:

Springstaarten en mijten spelen een belangrijke rol in het bodemvoedselweb. Zij kunnen indicatoren zijn voor de kwaliteit van het bodemleven. Mogelijk is die kwaliteit lager in landbouwgronden dan in meer natuurlijk beheerde gronden. Om te analyseren welke factoren het meest beperkend zijn voor verbetering van het bodemleven en hun ecosysteemdiensten, hebben we gemeenschappen van springstaarten en mijten (micro-geleedpotigen), en hun relatie met het bovengrondse voedselweb en hun effect op de afbraak van organische stof onderzocht. Het onderzoek is uitgevoerd bij twee soorten landgebruik: graslanden met een landbouwkundig gebruik en graslanden onder natuurbeheer maar met een agrarische historie. Binnen deze typen landgebruik hebben we rekening gehouden met twee belangrijke verstoringen: het aantal jaren sinds de laatste grondbewerking (ploegen) en het huidige beheer (maaien versus beweiden). Natuurgraslanden hadden een niet significant hoger aantal springstaarten en mijten dan landbouwgraslanden. De diversiteit van micro-geleedpotigen was significant hoger op graslanden onder natuurbeheer dan onder agrarisch beheer. Het aantal micro-geleedpotige nam toe sinds de laatste grondbewerking op gemaaid grasland, maar niet op beweid grasland. Het aantal micro-geleedpotigen op een agrarisch grasland zonder enige grondbewerking (=blijvend grasland) sinds 39 jaar viel binnen de spreiding van een natuurlijke graslandreferentie. Het aantal bovengrondse roofkevers en het aantal micro-geleepotigen in de bodem had een positieve interactie met maaien en een negatieve met beweiding. Het aantal ‘(plant- en) schimmeletende grazers’, een subgroep binnen de micro-geleedpotigen, verlaagde de stabilisatiefactor van de organische stof gemeten met de Tea Bag Index. Verder vonden we een negatief effect van Difenyl en de totale fungicidenconcentratie in de bodem op (plant- en) schimmeletende grazers. Tegen de verwachting in vonden we meer residuen van pesticiden in natuurgrasland dan in agrarisch grasland. Geconcludeerd wordt dat voor het herstel van micro-geleedpotigen in de bodem en hun ecosysteemdiensten op zandgrond, blijvend grasland (zonder grondbewerking) met maaibeheer het beste is, gevolgd door begrazing met een lage veebezetting, waarbij bodemverdichting in de laag 0-5 cm voorkomen wordt.

Trefwoorden in Nederlands: Micro-geleedpotigen, Springstaarten, mijten, bodem, bodemvoedselweb, bodemleven, ecosysteem, grondbewerking, maaibeheer